Words of the day (colours)

Colours-1

rood: red, e.g. De appel is rood. (The apple is red.)

oranje: orange, e.g. De jongen draagt een organje hoed. (The boy wears an orange hat.)

geel: yellow, e.g. De onderzeeër is geel. (The submarine is yellow.)

groen: green, e.g. In het voorjaar de bladeren zijn groen. (In spring the leaves are green)

blauw: blue, e.g. De Caribische zee is prachtig blauw. (The Caribbean sea is beautifully blue)

purper: purple, e.g. De bloemen zijn purper (The flowers are purple)c

Cardinal Numbers 1 to 100

  • 1: één / een
  • 2: twee
  • 3: drie
  • 4: vier
  • 5: vijf
  • 6: zes
  • 7: zeven
  • 8: acht
  • 9: negen
  • 10: tien
  • 11: elf
  • 12: twaalf
  • 13: dertien
  • 14: veertien
  • 15: vijftien
  • 16: zestien
  • 17: zeventien
  • 18: achttien
  • 19: negentien
  • 20: twintig
  • 21: eenentwintig
  • 22: tweeëntwintig
  • 23: drieëntwintig
  • 24: vierentwintig
  • 25: vijfentwintig
  • 26: zesentwintig
  • 27: zevenentwintig
  • 28: achtentwintig
  • 29: negenentwintig
  • 30: dertig
  • 31: eenendertig
  • 32: tweeëndertig
  • 33: drieëndertig
  • 34: vierendertig
  • 35: vijfendertig
  • 36: zesendertig
  • 37: zevenendertig
  • 38: achtendertig
  • 39: negenendertig
  • 40: veertig
  • 41: eenenveertig
  • 42; tweeënveertig
  • 43: drieënveertig
  • 44: vierenveertig
  • 45: vijfenveertig
  • 46: zesenveertig
  • 47: zevenenveertig
  • 48: achtenveertig
  • 49: negenenveertig
  • 50: vijftig
  • 51: eenenvijftig
  • 52: tweeënvijftig
  • 53: drieënvijftig
  • 54: vierenvijftig
  • 55: vijfenvijftig
  • 56: zesenvijftig
  • 57: zevenenvijftig
  • 58: achtenvijftig
  • 59: negenenvijftig
  • 60: zestig
  • 61: eenenzestig
  • 62: tweeënzestig
  • 63: drieënzestig
  • 64: vierenzestig
  • 65: vijfenzestig
  • 66: zesenzestig
  • 67: zevenenzestig
  • 68: achtenzestig
  • 69: negenenzestig
  • 70: zeventig
  • 71: eenenzeventig
  • 72: tweeënzeventig
  • 73: drieënzeventig
  • 74: vierenzeventig
  • 75: vijfenzeventig
  • 76: zesenzeventig
  • 77: zevenenzeventig
  • 78: achtenzeventig
  • 79: negenenzeventig
  • 80: tachtig
  • 81: eenentachtig
  • 82: tweeëntachtig
  • 83: drieëntachtig
  • 84: vierentachtig
  • 85: vijfentachtig
  • 86: zesentachtig
  • 87: zevenentachtig
  • 88: achtentachtig
  • 89: negenentachtig
  • 90: negentig
  • 91: eenennegentig
  • 92: tweeënnegentig
  • 93: drieënnegentig
  • 94: vierennegentig
  • 95: vijfennegentig
  • 96: zesennegentig
  • 97: zevenennegentig
  • 98: achtennegentig
  • 99: negenennegentig
  • 100: honderd

There are some interesting things here.

The use of “één” (with the acute accents) is used to disambiguate the number from the indefinite article. The number has the accents. If there is no ambiguity then the accents need not be used.

For example:

  • Ik heb een hond.” – I have a dog.
  • ik heb één hond” – I have one dog.

From 21 to 99, excluding multiples of 10) the number is made up of the unit and the tens (unlike English which is tens then unit). So, 98 is “achtennegentig” which decomposed is “acht en negentig” (lit. eight and ninety).

There is an umlaut (two dots over a letter) on one of the letter Es in 22, 23, 32, 33, etc. This indicates the start of a new syllable when it could be ambiguous.